Historie
Hoewel niets helemaal zeker is, zijn er voldoende aanwijzingen die
het aannemelijk maken dat de oorsprong van de Mopshond in China
gezocht moet worden. In de tijd van de grote keizers, al voor het
begin van onze jaartelling, hield men daar grote aantallen
kortneuzige hondjes, waaronder de Lo Sze, de Ha - Pa en de Pekinees.
Vooral de Ha - Pa leek erg veel op de huidige Mopshond. Daarnaast
vertoont de Mopshond veel overeenkomsten met de religieuze Chinese
beeldjes, die in allerlei materiaalsoorten in vele huishoudens
uitgestald werden. De keizerlijke hofhoudingen namen echter geen
genoegen met deze imitaties; zij hadden de levende exemplaren. Het
is dan ook te danken aan de bemoeienissen van keizerin Tsu Hi dat
het ras in China tot ongekende populariteit kwam in de hogere
kringen.
Aan het begin van de 17e eeuw ontstonden er steeds meer
handelsbetrekkingen tussen de Westerse landen en China. De Hollandse
zeevaarders van de Verenigde Oost-Indische Compagnie brachten niet
alleen zijde en prullaria mee terug; ook kleine, kortneuzige honden
behoorden regelmatig tot de verhandelde goederen. Bij de adel en aan
het Nederlandse hof verwierven deze aparte verschijningen binnen
korte tijd heel wat faam. Iedereen van enige betekenis moest en zou
een Mopshond bezitten, per slot van rekening was dit hondje iets
heel anders dan wat men tot die tijd gewend was. Vanuit de
bevoorrechte positie verspreidde de Mopshond zich langzamerhand over
geheel Europa, maar altijd werd hij uitsluitend gehouden in goede
kringen. Heel wat beroemde mensen hielden één of meer Mopsen. Koning
Willem III en koning Lodewijk XV bijvoorbeeld, maar ook keizerin
Josephine, de gemalin van Napoleon Bonaparte. Het was zelfs zo dat
de Mops op een gegeven moment in Nederland het symbool werd van de
Oranjegezinde, terwijl de Duitse vrijmetselarij in 1738 de Mopsorde
oprichtte, waarbij wederom de Mopshond een symboolfunctie toebedeeld
kreeg. In Italië vervulde de Mops een geheel andere rol. Daar
speelde hij in het volkstoneel, de Commedia dell ´Arte, iets wat de
Mops met zijn clowneske gerag makkelijk afging. Maar niets was zo
wispelturig als de adel en aan het einde van de 19e eeuw kwam aan de
roem van de Mopshond een voortijdig einde. Het grappige hondje
raakte uit de mode en moest het veld ruimen om plaats te maken voor
de Pekinees, in die tijd de nieuwste rage op hondengebied. Tegen die
tijd was China echter, door toedoen van de Engelsen, stukken
toegankelijker geworden en werd het makkelijker de Mopshonden naar
Europa te exporteren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het de
Engelsen waren die het ras nieuw leven inbliezen en op die manier in
de westerse wereld voor de ondergang hebben behoedt. Daarmee
verdiende Engeland het recht om door de F.C.I. aangewezen te worden
als land van herkomst van de `Pug`, zoals hij daar genoemd werd.
Terwijl de Engelsen hun uiterste best deden om het ras goed op de
rails te brengen, bleef het in Nederland kwakkelen. Vreemd, daar ons
land toch eigenlijk aan de bakermat van de verspreiding van de Mops
door Europa heeft gestaan. Reeds in 1882 werd in Engeland de Pug
Club opgericht, enige jaren later gevolgd door het opstellen van de
officiële rasstandaard. In Nederland duurde het echter nog tot ruim
na de Tweede Wereldoorlog voordat er een serieuze start werd gemaakt
met het fokken van de Mopshond. Dit leidde in 1957 tot het oprichten
van `Commedia`, de Nederlandse vereniging van fokkers en liefhebbers
van de Mopshond. De naam van de vereniging vormt een verwijzing naar
het vroegere werk van de Mops in Italië. En hoewel de populariteit
van de Mops nooit een echt hoge vlucht heeft genomen, mag dit unieke
ras zich tegenwoordig toch verheugen in een behoorlijk schare van
echte liefhebbers.
Bron: hondenmanieren nummer11 jaargang 5 2001