Gezondheid

 

Wie ben ik? Geschiedenis Rasbeschrijving Karakter Verzorging/voeding Gezondheid Tips voor uw Mops Gestelde vragen Fotopagina Links

 
 

Parasieten zijn kleine diertjes die leven ten koste van een ander dier. Ze voeden zich met bloed, huidschilfers en andere lichaamsstoffen.

Vlooien
Vlooien voeden zich met het bloed van de hond. Ze veroorzaken niet alleen jeuk en huidklachten, maar kunnen ook infecties (zoals lintworm) overdragen. In groten getale kunnen ze zelfs tot bloedarmoede leiden. Ook kan een hond allergisch zijn voor het speeksel van de vlo. Deze allergie kan een ernstige huidaandoening tot gevolg hebben. Het is daarom zaak vlooien zo goed mogelijk te bestrijden. Niet alleen op de hond zelf, maar ook in zijn omgeving. Voor de bestrijding op het dier bestaan diverse middelen: druppels voor in de nek of door het voer, vlooienbanden, lang werkende sprays en vlooienpoeders. Voor de vlooienbestrijding in de directe omgeving van de hond zijn verschillende sprays in de handel. Kies bij voorkeur een spray die zowel de volwassen vlooien als de larven doodt. Wanneer uw hond in de auto meegaat, moet u die ook sprayen.

Vlooien kunnen ook op andere huisdieren overgaan. Daarom moet u die eveneens behandelen. Bij het sprayen op het water neerslaat, is dat dodelijk voor uw vissen! Uw dierenarts en dierenspeciaalzaak hebben een groot assortiment vlooienbestrijdingsmiddelen. Zij kunnen u uitgebreid adviseren over dit onderwerp.

Teken: hoe sneller eruit, hoe beter
Teken wachten hun gastheren op, hangend aan twijgjes en grashalmen of hoge planten. Tijdens droge perioden hebben ze een tekort aan water en kruipen ze in de bodem om vocht op te nemen. Ze houden dan ook van een terreintype met een vochtige strooisellaag. Het duurt een tijdje voordat een teek zich heeft vastgezet. Dit doen ze met behulp van een cementlaagje. De zuigsnuit werkt zich daarbij diep in de huid en 24 uur daarna wordt speeksel van de teek in de wond en dus in het bloed gespoten. Wanneer een teek vóór die tijd wordt verwijderd zal er geen probleem ontstaan. Het is dus verstandig altijd een tekenpen of de Trix tekenlasso mee te nemen, zodat de teek direct verwijderd kan worden, maar desnoods kunt u de teek eruit krabben met de nagel. Als dat binnen 24 uur gebeurt, kan er niets misgaan. Nooit de teek vooraf "verdoven" met alcohol, brandende sigarettenpeuken etc. want dan raakt ie "in de stress" en gooit ie als in een shockreactie alle gifstoffen uit zijn lijf in uw lijf, of in dat van uw huisdier. Ook als u nooit een teek hebt gezien, maar wel plotseling een grote ronde rode vlek krijgt, moet u daar snel mee naar de dokter. Bij uw huisdier is het risico van de normaal in Nederland voorkomende ixodes ricinusteek - die bij de mens de ziekte van Lyme veroorzaakt - minder, maar als ze er veel hebben, voelen ze zich daar echt niet lekker bij.

Alleen de hierboven besproken van oorsprong tropische dermacentroteek bevat soms de voor honden dodelijke ziekteverwekker Babesia canis. Een vaccinatie hiertegen is mogelijk. Dierenarts en dierenwinkel hebben goede preventieve middelen tegen teken voor uw hond.

En voor uzelf: goede beschermende kleding in de bossen en goed controleren iedere dag, ook in uw weelderige hardos.

Bron: contactblad van COMMEDIA, september 2006

Wormen
Honden kunnen last hebben van verschillende soorten wormen. De meest voorkomende zijn lintwormen en spoelwormen. Lintworm veroorzaakt diarree en een slechte conditie. Bij een lintworminfectie kunt u soms rond de anus van de hond en op zijn ligplaats kleine stukjes van e lintworm zien. In dat geval is ontwormen beslist noodzakelijk. U moet de hond ook controleren op vlooien, die brengen namelijk lintwormen over. Spoelwormen zijn ook een regelmatig terugkerend verschijnsel. Pups worden al via de moedermelk besmet. Spoelwormen veroorzaken (vooral bij jonge honden) problemen zoals diarree, vermagering en stagnerende groei. In ernstige gevallen is de pup mager, maar heeft hij wel een opgezwollen buikje. Het kan zelfs voorkomen dat hij de wormen uitbraakt: ze zien eruit als spaghettiachtige sliertjes. Een pup moet dan ook met enige regelmaat behandeld worden met een ontwormingsmiddel. Volwassen honden hebben minstens twee keer per jaar een behandeling nodig.

Rasspecifieke ziekten
De Mopshond is een relatief gezonde hond. Indien bij een ras een ziekte wordt gesignaleerd waarbij het vermoeden bestaat en na verloop van tijd bewezen wordt dat het om een erfelijke aandoening gaat, dan zullen de fokkers en de rasvereniging alles in het werk stellen om deze aandoening uit het ras te fokken. Bij een aandoening als patella luxatie (loszittende knieschijf) is dit niet eenvoudig, maar met voldoende inzet zal de kwaal na zeer zorgvuldige selectie minder vaak voorkomen. Een gezondheidsprobleem als kortademigheid wordt veroorzaakt door de bouw van de Mopshond. Eigenlijk is dit niet echt een ziekte, maar meer een factor in het leven van uw hond waar u rekening mee moet houden.
Gevoeligheid voor narcosemiddelen komt niet alleen voor bij de Mopshond, maar het is wel een aandachtspunt voor uw dierenarts. Schroom dan ook niet om uw dierenarts op dit onderwerp te wijzen.

Kortademigheid
De Mops valt in de categorie kortsnuitige honden. Hierdoor kan zijn ademhaling bij overmatige inspanning en oververhitting behoorlijk in de war raken. De hond kan daardoor zelfs oververhit raken. De symptomen zijn een rochelende en natte ademhaling. In de mond- en keelholte wordt veel slijm gevormd. Het kan zelfs zover gaan dat e hond een blauwe tong krijgt en bewusteloos raakt.

De lichaamstemperatuur is dan ook sterk verhoogd. U kunt de hond verkoeling bieden door hem in een teil water te zetten. Het hoofd houdt u boven water. U kunt de hond ook afkoelen met natte doeken. Bel in dat geval direct de dierenarts voor hulp. Ga bij warm weer dus niet te ver wandelen met uw Mops. Het is ook zeker af te raden een kortsnuitige in de auto achter te laten. Een schaduwplaats kan bij uw terugkeer veranderd zijn in een zonovergoten parkeerplaats.


Elleboogdysplasie (ED)
Elleboogdysplasie openbaart zich meestal al in het eerste levensjaar. Deze aandoening lijkt veel op heupdysplasie (HD), maar komt voor in de voorhand. In het slechtste geval kan ED tot kreupelheid leiden. Een operatie is dan noodzakelijk en geeft meestal een goed resultaat.

Tot voor kort werd aangenomen dat ED hoofdzakelijk werd veroorzaakt door genetische factoren. Uit recent onderzoek is gebleken dat deze zeker een rol spelen in de aanleg van ED, maar dat externe factoren zoals de kwaliteit van het voedsel en beweging minstens net zo belangrijk zijn.

Beperk de kans op ED zoveel mogelijk door uw hond kant-en-klare voeding te geven van een goed merk en voeg zelf geen supplementen toe! Zorg ervoor dat uw hond niet te dik wordt. In zijn eerste levensjaar moet iedere hond wat tegen ED beschermd worden. Laat uw hond niet te veel met andere honden ravotten of achter takken en ballen aanrennen. Dit soort spelletjes laten de pup abrupte en risicovolle bewegingen maken, die zijn zachte gewrichten kunnen overbelasten. Een belangrijk, maar vaak onderschatte factor is de vloer in uw huis. Parket, laminaat en plavuizen zijn veel te glad voor een jonge hond. Het regelmatig uitglijden, kan complicaties veroorzaken die ED in de hand werken.
Indien u een gladde vloer heeft is het aan te raden een oude deken of een oud vloerkleed op plaatsen te leggen waar de hond regelmatig komt. Laat uw hond zoveel mogelijk tijd in de tuin doorbrengen als u die heeft. Gras is namelijk een geschikte ondergrond om op te spelen en te rennen.

Heupdysplasie (HD)
Heupdysplasie is een afwijking aan de heupgewrichten. Het is wat we noemen een multifactoriële ziekte: er zijn vele oorzaken. Alle oorzaken van HD zijn nog niet bekend.
Erfelijkheid is de meest belangrijke factor. HD is echter niet 100% erfelijk. Tot nu toe is er geen gen (genen) geïdentificeerd welke verantwoordelijk is voor HD. Overvoeding kan ook een oorzaak zijn. Puppies die te dik zijn tijdens de groei hebben een verhoogde kans om later HD - klachten te ontwikkelen.

Te weinig beweging is slecht, maar ook een verkeerde beweging is slecht zoals veel trap lopen. Als de spierontwikkeling onvoldoende is, krijgen de heupen het zwaarder te verduren wat de kans op HD vergroot. Puppies die te snel groeien (vaak door te veel voer of door de hele dag eten ter beschikking stellen) hebben verhoogde kans op HD. Slechte voeding, teveel aan mineralen (o.a. calcium en fosfor), te energierijk voer of teveel eiwitten is slecht voor de botontwikkeling en daarmee ook voor de heupen.

Bij (beginnende) HD bestaat er teveel speling tussen de kop en de kom. Dit kan voor de volgende problemen zorgen:
- instabiliteit en subluxatie van de heup: de kop ligt gedeeltelijk uit de kom
- misvorming van de heupkop: in plaats van een ronde kop, is de kop vlak geworden
- misvorming van de heupkom: de heupkom wordt ondiep
- botwoekeringen rond de kop en kom

door de misvorming kan het heupgewricht niet normaal bewegen en is de beweging beperkt. Hierdoor kunnen de volgende klachten ontstaan: moeilijk opstaan, stram lopen, geen lange afstanden meer kunnen lopen, door de achterpoten zakken, kreupel lopen met één of beide achterpoten, stijve heupgewrichten: de achterpoten zijn niet ver naar achter te strekken. Deze klachten kunnen licht of zelfs zeer ernstig zijn.

Om te zorgen dat uw pup zo min mogelijk last krijgt van HD moet u tijdens de groei op de volgende punten letten:
- goede voeding geven: niet te energierijk en niet te eiwitrijk
- geen extra voedingsstoffen bijgeven, teveel mineralen is erg slecht voor de botten
- heupen niet te zwaar belasten
- niet: trap laten lopen, lange afstanden lopen, laten springen, teveel met de bal spelen
- wel: laten zwemmen, vaak korte afstanden open, aan de lijn uitlaten
- als de pup thuis is bewegingsvrijheid beperken (kortom teveel van het goede is nooit goed!)


Patella luxatie
Hierbij light de knieschijf niet midden op het uiteinde van het scheenbeen. De knieschijf belandt naast het gewricht. Een luxerende knieschijf kan optreden wanneer de groef niet diep genoeg is. Dit kan een erfelijke kwestie zijn, maar ook het resultaat van een trauma (een ongeluk). In dat geval kan de luxatie gepaard gaan met gescheurde gewrichtsbanden. Vaak ziet u de hond enige huppelpasjes doen, waarna de knieschijf weer terugschiet. Dit gaat met pijn gepaard.

Luxatie komt voor in verschillende gradaties. De hoeveelheid last/pijn verschilt per hond. Luxerende knieschijven zijn operatief te verhelpen. Indien er sprake is van een milde vorm kan het voldoende zijn de hechtpunten van de gewrichtsbanden te verplaatsen. Indien de groef niet diep genoeg is, kan deze dieper gemaakt worden. Bij de huidige ingrepen wordt ervoor gekozen het kraakbeen te sparen. Het gewricht kan strakker gemaakt worden om de knieschijf beter op zijn plaats te houden.

Gladde vloeren en rare bewegingen (achter een stuiterende bal aan, springen en draaien) zijn slecht voor de gewrichten van kleinere rassen en pups.

KCS en PK
Keratoconjunctivitis sicca (KCS) en pigmentary keratitis (PK) zijn oogaandoeningen die in sommige gevallen gelijktijdig voorkomen. Bij KCS zijn de symptomen rode ogen, vaak met slijmafscheiding. Dit wordt veroorzaakt door een zeer geringe aanmaak van traanvocht. De dierenarts kan met de Schirmer traan test bepalen of uw hond voldoende traanvocht aanmaakt. Zoniet, dan zijn er medicijnen om de traanklieren te stimuleren.
Bij PK ziet u vooral in de ooghoek bij de neus donkere vlekjes op het hoornvlies van het oog ontstaan. Bij sommige Mopshonden zijn er pigmentvlekjes over het gehele oog verspreid en hoe erger de aandoening is, hoe minder de hond kan zien. In erge mate kan dit tot blindheid leiden. Het kan veroorzaakt worden door een chronische oogirritatie.
De verschijnselen zelf zijn strikt genomen niet erfelijk, maar een slecht functionerende traanklier kan dit wel zijn. Als entropion de oorzaak van een chronische oogirritatie is, dan is het wel erfelijk.
KCS PK
Entropion en ectropion
Dit zijn erfelijke aandoeningen aan de oogleden. Bij entropion krullen de oogleden naar binnen, bij ectropion naar buiten. Doordat de ooghaartjes op de oogbol komen te liggen, ontstaat irritatie die tot rode, tranende ogen leidt. De ogen gaan ontsteken en etteren. Dit kan op termijn ernstige schade aan het hoornvlies veroorzaken en uiteindelijk zelfs tot blindheid leiden.
Entropion en ectropion kunnen operatief gecorrigeerd worden.
Entropion Ectropion
 

Complete narcose
Niet alle Mopshonden reageren goed op een complete narcose. Het wordt aangeraden om een Mopshond via intubatie onder narcose te brengen. Bij de klassieke intraveneuze barbituraten narcose ligt het sterftepercentage erg hoog, namelijk 25%. U kunt op de website van de rasvereniging COMMEDIA (www.commedia-mopshond.com) zeer gedetailleerde informatie over de veiligste anesthesie vinden.

Epilepsie
Epilepsie is een probleem wat soms bij honden in het algemeen kan optreden. dit moet niet verward worden met flauwtes. Een flauwte, wat veroorzaakt wordt door een tijdelijk zuurstoftekort in de hersenen, ontstaat na inspanning. De honden zijn tijdens een flauwte slap en krijgen soms zelfs een wat blauwe tong en zakken door de poten.
een epilepsieaanval daarentegen ontstaat meestal op het moment dat het dier rustig is, soms zelfs als het dier slaapt.

Wat is epilepsie?
Epilepsie is een herhaald optreden van toevallen. Een toeval is een kortdurende storing in het functioneren van de hersenen, die zich uit in abnormaal gedrag. Bij een toeval is er sprake van een kortdurend, sterk elektrisch signaal dat in staat is zich over de hersenen te verspreiden, omdat het onvoldoende wordt afgezwakt.
Bij epilepsie wordt onderscheid gemaakt in oorzaak en vorm.

Zonder aanwijsbare oorzaak: echte of primaire epilepsie
Met aanwijsbare oorzaak: secundaire epilepsie
Bij secundaire epilepsie is het eerste doel van de behandeling de oorzaak van de aanvallen weg te nemen. Helaas is de oorzaak vaak niet duidelijk vast te stellen. Er zijn verschillende vormen van epilepsie. Bij dieren worden 3 vormen onderscheiden: Ten eerste de partiele epilepsie een gedeeltelijke epilepsie aanval waarbij het dier gedragsafwijkingen vertoont zoals vlieghappen en achter de staart aanrennen. Hierbij treedt geen bewusteloosheid op.
Ten tweede de gegeneraliseerde epilepsie hierbij wordt de elektrische prikkel over de heel hersenen verspreid. Bij een dergelijke aanval zal de hond omvallen en zijn er bewustzijnsstoornissen, gevolgd door krampen. Deze vorm komt het meeste bij honden voor.

Voorkomen van epilepsie
Primaire epilepsie komt regelmatig bij honden voor. Bij bepaalde rassen komt het vaker voor. Het is waarschijnlijk dat primaire epilepsie een erfelijke basis heeft. Vaak krijgen teefjes tijdens de loopsheid meer aanvallen. De eerste aanvallen vinden plaats tussen de _ en 5 jaar. Het kan bij een eenmalige aanval blijven. Vaak echter wordt de eerste aanval na enige tijd (soms maanden) gevolgd door een tweede aanval. In de loop van de tijd wordt de periode tussen de aanvallen korter en vervolgens min of meer constant. Bij primaire epilepsie is de hond tussen twee aanvallen normaal. Meestal is er geen aanleiding voor een aanval aan te wijzen. de aanvallen vinden meestal in huis, in de vertrouwde omgeving plaats.

Secundaire epilepsie begint meestal op latere leeftijd dan de primaire. Bij secundaire epilepsie is er soms wel een verband tussen het optreden van een aanval en voeding, inspanning en/of opwinding. Bovendien zal het dier in periodes tussen de aanvallen afwijkend gedrag laten zien.

Hoe ziet een epilepsie aanval eruit?
Net voor de aanval vertoont het dier vaak afwijkend gedrag. Het is onrustig, aanhalig, is anders dan normaal. Deze inleidende fase kan enkele minuten tot enkele dagen duren. De eigenlijke aanval begint met verlies van bewustzijn en het omvallen van het dier. Daarna komen krampen van poten en lichaam, gevolgd door ontspanning met kortdurende krampen en komt het dier weer bij bewustzijn. De hond kan tijdens de aanval urine en ontlasting verliezen. De totale duur van de aanval bedraagt meestal maar enkele minuten, hoewel dat heel lang kan lijken.
Na het bijkomen en overeind krabbelen zijn de honden vaak de "kluts" kwijt. Dit kan enkele minuten tot soms een paar dagen duren. De hond moet voorzichtig benaderd worden, want een plotselinge benadering zou tot een schrikreactie kunnen leiden en mogelijk tot onbedoelde "agressie".

De behandeling van epilepsie
Het heeft geen zin om na de eerste aanval direct een behandeling te stellen. Het kan immers bij een aanval blijven. Een behandeling zal zelden tot resultaat hebben dat de aanvallen volledig verdwijnen. De tijd tussen de aanvallen en de ernst van de aanvallen moeten afnemen met de juiste dosering medicijnen. Een hond met epilepsie vraagt veel zorg en aandacht. Ook het instellen van de juiste, individuele dosering vraagt veel geduld en inzet.
De meeste gebruikte medicijnen bij epilepsie bij honden zijn Phenobarbital en Epitard.

Bron: Contactblad van COMMEDIA, september 2000

Vergiftiging

Inleiding
Er bestaat een ruime variatie aan giftige stoffen die, als ze door uw huisdier worden opgenomen, tot problemen kunnen leiden. Soms wordt gezien dat het dier iets giftigs opeet, maar meestal is daarover niets bekend. Vooral honden hebben de neiging om alles, wat in hun ogen ook maar enigszins eetbaar is, ook daadwerkelijk op te eten. Het dier wordt plotseling ziek; meestal zien we braken, diarree of neurologische (hersens en/of zenuw) afwijkingen. In onderstaande tekst ga ik in op een aantal van de meest voorkomende stoffen die tot een vergiftiging bij dieren kunnen leiden.
Paracetamol en aspirine (Acetylsalicylzuur)
Het is zeer onverstandig om met een zieke kat of hond thuis te gaan dokteren en het dier Aspirine of Paracetamol te geven. Katten of honden kunnen paracetamol niet en aspirine slechts heel langzaam afbreken zodat er al snel sprake is van een overdosis en dus een vergiftiging. De verschijnselen van een aspirine vergiftiging zijn voornamelijk braken (eventueel met bloed) en algeheel ziek en sloom zijn. Paracetamol geeft aanleiding tot een verandering in de rode bloedcellen, waardoor ze te weinig zuurstof kunnen vervoeren. Het dier krijgt dan een zuurstof tekort met alle gevolgen van dien. Verder kan uw kat of hond ook gaan speekselen en kan eer zwelling van de kop en de voeten optreden.
voor een aspirine vergiftiging bestaat er geen specifiek tegengif (= antidoot). Wel kan er een behandeling worden ingesteld om beschadiging van het maagslijmvlies te voorkomen. Voor een vergiftiging met paracetamol bestaat wel een behandeling (antidoot is Acetylcysteïne, zuurstof toedienen), maar vaak komt een behandeling te laat.
Ook aan honden kan beter geen aspirine of paracetamol gegeven worden, omdat ook zij last kunnen krijgen van bovenstaande vergiftigingsverschijnselen, zij het wat minder snel dan katten.
Het is overigens per definitie fout om medicijnen die u als mens gebruikt op eigen initiatief aan een hond of kat te geven. De dosering (mg/kg) is vaak al sterk afwijkend en niet ieder humaan geneesmiddel is ook geschikt voor honden of katten, zoals u kunt opmaken uit het paracetamol voorbeeld. Voor mensen op iedere hoek van de straat te koop, voor katten en honden dodelijk!

Rattengif (Alphanaphthylthioureum)
Als uw dier rattengif, wat bijvoorbeeld in de garage lag of in de tuin gestrooid is, heeft opgegeten, zien we meestal de volgende symptomen: braken, speekselen, hoesten en benauwdheid. Er bestaat geen specifiek tegengif. Er kan geprobeerd worden het dier te behandelen met een middel dat vochtafdrijvend werkt, waardoor het uittreden van vocht in de longen, en daardoor de benauwdheid, zoveel mogelijk wordt verminderd. Helaas is de behandeling slechts zelden succesvol.

Arsenicum bevattende stoffen
Als uw dier een middel heeft opgenomen dat arsenicum bevat zien we een ernstige, soms bloederige diarree en een algemeen ziek dier. De behandeling bestaat, indien acuut, uit het toedienen van eiwit via de bek. Daarna kan ere via een injectie een tegengif (Dimercaprol = BAL) tegen zware metalen gegeven worden. Arsenicum wordt overigens tegenwoordig steeds minder gebruikt waardoor het aantal vergiftigingen sterk is afgenomen.

Chocolade
In chocolade zit theobromine, een stof waar vooral (jonge) honden niet tegen kunnen. Als een dier (teveel) chocolade heeft gegeten kan hij last krijgen van hyperactiviteit, maag-darmklachten, krampen en toevallen. Een enkele keer kan door hartritmestoornis plotseling de dood intreden.
De toxische dosis, waarbij het dier in levensgevaar kan komen is sterk verschillend voor pure chocolade en voor melkchocolade. Zo moet een hond van bijvoorbeeld 10 kg 670 gram melkchocolade eten om gevaarlijke vergiftigingsverschijnselen te krijgen, terwijl van pure chocolade het opeten van 63 gram al gevaar kan opleveren. Er bestaat geen specifiek tegengif en de behandeling kan alleen ondersteunend zijn.

Slakkengif
De verschijnselen zijn neurologisch van aard: dronkemansgang, spiertrillingen, snelle bewegingen van de pupil in het oog, krampen en toevallen. Er is geen specifiek tegengif en de behandeling kan alleen maar ondersteunend zijn (anti-epileptici). Meestal is het nodig het dier op een intensive care op te nemen, maar dan nog is de kans op genezing niet al te groot.

Onkruidbestrijdingsmiddelen
er is een zeer groot aantal middelen in gebruik, waarvan sommige uiterst toxisch zijn. Het is altijd belangrijk om de verpakking mee naar de kliniek te nemen omdat hier vaak behandelingsmogelijkheden op vermeld staan.

Giftige planten
Er bestaan heel veel giftige planten. We kunnen ze onmogelijk allemaal noemen. Bij het opeten ervan zullen meestal klachten ontstaan als speekselen, braken en/of diarree, maar ook neurologische verschijnselen kunnen worden gezien. De meest voorkomende (in huis en tuin) en bekende giftige planten zijn: vingerhoedskruid, monnikskap, klimop, leliesoorten, taxus, doornappel, lupine, gouden regen, kerstroos en de in de decembermaand zeer populaire kerstster.
Tot slot
Deze opsommingen van vergiftigingen is verre van volledig, omdat er onnoemelijk veel giftige stoffen bestaan. Het is daarom zelfs voor en dierenarts onmogelijk om elke vergiftiging te herkennen en de passende therapie paraat te hebben. Er bestaat daarom het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum te Bilthoven, waar eigenaren en dierenartsen dag en nacht terecht kunnen voor het opvragen van informatie (telefoonnummer: 030 – 2748888).
Voor u als eigenaar is het van belang om, als u uw dier van een vergiftiging verdenkt en u heeft de verpakking van het gif, deze altijd mee te nemen naar de kliniek, zodat er zo gericht mogelijk gehandeld kan worden. Verder blijft voorkomen natuurlijk beter dan genezen. Probeer te voorkomen dat uw dier dingen van straat eet en pas heel goed op bij het bewaren en strooien van gif; gebruik gif alléén als het echt noodzakelijk is, en zorg dat uw dier daar nóóit bij in de buurt kan komen. Geef op eigen houtje geen geneesmiddelen, die eigenlijk niet voor dieren zijn en wees kritisch bij de keuze van uw vlooienbestrijdingsmiddelen.

Bron: Commedia clubblad d.d. december 2004