|
 |
| |
|
 |
| |
| |
Parasieten
zijn kleine diertjes die leven ten koste van een ander dier. Ze
voeden zich met bloed, huidschilfers en andere lichaamsstoffen.
Vlooien
Vlooien voeden zich met het bloed van de hond. Ze veroorzaken niet
alleen jeuk en huidklachten, maar kunnen ook infecties (zoals
lintworm) overdragen. In groten getale kunnen ze zelfs tot
bloedarmoede leiden. Ook kan een hond allergisch zijn voor het
speeksel van de vlo. Deze allergie kan een ernstige huidaandoening
tot gevolg hebben. Het is daarom zaak vlooien zo goed mogelijk te
bestrijden. Niet alleen op de hond zelf, maar ook in zijn omgeving.
Voor de bestrijding op het dier bestaan diverse middelen: druppels
voor in de nek of door het voer, vlooienbanden, lang werkende sprays
en vlooienpoeders. Voor de vlooienbestrijding in de directe omgeving
van de hond zijn verschillende sprays in de handel. Kies bij
voorkeur een spray die zowel de volwassen vlooien als de larven
doodt. Wanneer uw hond in de auto meegaat, moet u die ook sprayen.
Vlooien kunnen ook op andere huisdieren overgaan. Daarom moet u die
eveneens behandelen. Bij het sprayen op het water neerslaat, is dat
dodelijk voor uw vissen! Uw dierenarts en dierenspeciaalzaak hebben
een groot assortiment vlooienbestrijdingsmiddelen. Zij kunnen u
uitgebreid adviseren over dit onderwerp.
|
|
|
Teken: hoe
sneller eruit, hoe beter
Teken wachten hun gastheren op, hangend aan twijgjes en
grashalmen of hoge planten. Tijdens droge perioden hebben ze een
tekort aan water en kruipen ze in de bodem om vocht op te nemen. Ze
houden dan ook van een terreintype met een vochtige strooisellaag.
Het duurt een tijdje voordat een teek zich heeft vastgezet. Dit doen
ze met behulp van een cementlaagje. De zuigsnuit werkt zich daarbij
diep in de huid en 24 uur daarna wordt speeksel van de teek in de
wond en dus in het bloed gespoten. Wanneer een teek vóór die tijd
wordt verwijderd zal er geen probleem ontstaan. Het is dus
verstandig altijd een tekenpen of de Trix tekenlasso mee te nemen,
zodat de teek direct verwijderd kan worden, maar desnoods kunt u de
teek eruit krabben met de nagel. Als dat binnen 24 uur gebeurt, kan
er niets misgaan. Nooit de teek vooraf "verdoven" met alcohol,
brandende sigarettenpeuken etc. want dan raakt ie "in de stress" en
gooit ie als in een shockreactie alle gifstoffen uit zijn lijf in uw
lijf, of in dat van uw huisdier. Ook als u nooit een teek hebt
gezien, maar wel plotseling een grote ronde rode vlek krijgt, moet u
daar snel mee naar de dokter. Bij uw huisdier is het risico van de
normaal in Nederland voorkomende ixodes ricinusteek - die bij de
mens de ziekte van Lyme veroorzaakt - minder, maar als ze er veel
hebben, voelen ze zich daar echt niet lekker bij.
Alleen de
hierboven besproken van oorsprong tropische dermacentroteek bevat
soms de voor honden dodelijke ziekteverwekker Babesia canis. Een
vaccinatie hiertegen is mogelijk. Dierenarts en dierenwinkel hebben
goede preventieve middelen tegen teken voor uw hond.
En voor uzelf:
goede beschermende kleding in de bossen en goed controleren iedere
dag, ook in uw weelderige hardos.
Bron:
contactblad van COMMEDIA, september 2006
|
|
|
Wormen
Honden kunnen last hebben van verschillende soorten wormen. De meest
voorkomende zijn lintwormen en spoelwormen. Lintworm veroorzaakt
diarree en een slechte conditie. Bij een lintworminfectie kunt u
soms rond de anus van de hond en op zijn ligplaats kleine stukjes
van e lintworm zien. In dat geval is ontwormen beslist noodzakelijk.
U moet de hond ook controleren op vlooien, die brengen namelijk
lintwormen over. Spoelwormen zijn ook een regelmatig terugkerend
verschijnsel. Pups worden al via de moedermelk besmet. Spoelwormen
veroorzaken (vooral bij jonge honden) problemen zoals diarree,
vermagering en stagnerende groei. In ernstige gevallen is de pup
mager, maar heeft hij wel een opgezwollen buikje. Het kan zelfs
voorkomen dat hij de wormen uitbraakt: ze zien eruit als
spaghettiachtige sliertjes. Een pup moet dan ook met enige regelmaat
behandeld worden met een ontwormingsmiddel. Volwassen honden hebben
minstens twee keer per jaar een behandeling nodig.
|
|
|
Rasspecifieke
ziekten
De Mopshond is een relatief gezonde hond. Indien bij een ras een
ziekte wordt gesignaleerd waarbij het vermoeden bestaat en na
verloop van tijd bewezen wordt dat het om een erfelijke aandoening
gaat, dan zullen de fokkers en de rasvereniging alles in het werk
stellen om deze aandoening uit het ras te fokken. Bij een aandoening
als patella luxatie (loszittende knieschijf) is dit niet eenvoudig,
maar met voldoende inzet zal de kwaal na zeer zorgvuldige selectie
minder vaak voorkomen. Een gezondheidsprobleem als kortademigheid
wordt veroorzaakt door de bouw van de Mopshond. Eigenlijk is dit
niet echt een ziekte, maar meer een factor in het leven van uw hond
waar u rekening mee moet houden.
Gevoeligheid voor narcosemiddelen komt niet alleen voor bij de
Mopshond, maar het is wel een aandachtspunt voor uw dierenarts.
Schroom dan ook niet om uw dierenarts op dit onderwerp te wijzen.
Kortademigheid
De Mops valt in de categorie kortsnuitige honden. Hierdoor kan zijn
ademhaling bij overmatige inspanning en oververhitting behoorlijk in
de war raken. De hond kan daardoor zelfs oververhit raken. De
symptomen zijn een rochelende en natte ademhaling. In de mond- en
keelholte wordt veel slijm gevormd. Het kan zelfs zover gaan dat e
hond een blauwe tong krijgt en bewusteloos raakt.
De lichaamstemperatuur is dan ook sterk verhoogd. U kunt de hond
verkoeling bieden door hem in een teil water te zetten. Het hoofd
houdt u boven water. U kunt de hond ook afkoelen met natte doeken.
Bel in dat geval direct de dierenarts voor hulp. Ga bij warm weer
dus niet te ver wandelen met uw Mops. Het is ook zeker af te raden
een kortsnuitige in de auto achter te laten. Een schaduwplaats kan
bij uw terugkeer veranderd zijn in een zonovergoten parkeerplaats.
Elleboogdysplasie (ED)
Elleboogdysplasie openbaart zich meestal al in het eerste
levensjaar. Deze aandoening lijkt veel op heupdysplasie (HD), maar
komt voor in de voorhand. In het slechtste geval kan ED tot
kreupelheid leiden. Een operatie is dan noodzakelijk en geeft
meestal een goed resultaat.
Tot voor kort werd aangenomen dat ED hoofdzakelijk werd veroorzaakt
door genetische factoren. Uit recent onderzoek is gebleken dat deze
zeker een rol spelen in de aanleg van ED, maar dat externe factoren
zoals de kwaliteit van het voedsel en beweging minstens net zo
belangrijk zijn.
Beperk de kans op ED zoveel mogelijk door uw hond kant-en-klare
voeding te geven van een goed merk en voeg zelf geen supplementen
toe! Zorg ervoor dat uw hond niet te dik wordt. In zijn eerste
levensjaar moet iedere hond wat tegen ED beschermd worden. Laat uw
hond niet te veel met andere honden ravotten of achter takken en
ballen aanrennen. Dit soort spelletjes laten de pup abrupte en
risicovolle bewegingen maken, die zijn zachte gewrichten kunnen
overbelasten. Een belangrijk, maar vaak onderschatte factor is de
vloer in uw huis. Parket, laminaat en plavuizen zijn veel te glad
voor een jonge hond. Het regelmatig uitglijden, kan complicaties
veroorzaken die ED in de hand werken.
Indien u een gladde vloer heeft is het aan te raden een oude deken
of een oud vloerkleed op plaatsen te leggen waar de hond regelmatig
komt. Laat uw hond zoveel mogelijk tijd in de tuin doorbrengen als u
die heeft. Gras is namelijk een geschikte ondergrond om op te spelen
en te rennen.
|
|
|
Heupdysplasie (HD)
Heupdysplasie is een afwijking aan de heupgewrichten. Het is wat we
noemen een multifactoriële ziekte: er zijn vele oorzaken. Alle
oorzaken van HD zijn nog niet bekend.
Erfelijkheid is de meest belangrijke factor. HD is echter niet 100%
erfelijk. Tot nu toe is er geen gen (genen) geïdentificeerd welke
verantwoordelijk is voor HD. Overvoeding kan ook een oorzaak zijn.
Puppies die te dik zijn tijdens de groei hebben een verhoogde kans
om later HD - klachten te ontwikkelen.
Te weinig beweging is slecht, maar ook een verkeerde beweging is
slecht zoals veel trap lopen. Als de spierontwikkeling onvoldoende
is, krijgen de heupen het zwaarder te verduren wat de kans op HD
vergroot. Puppies die te snel groeien (vaak door te veel voer of
door de hele dag eten ter beschikking stellen) hebben verhoogde kans
op HD. Slechte voeding, teveel aan mineralen (o.a. calcium en
fosfor), te energierijk voer of teveel eiwitten is slecht voor de
botontwikkeling en daarmee ook voor de heupen.
Bij (beginnende) HD bestaat er teveel speling tussen de kop en de
kom. Dit kan voor de volgende problemen zorgen:
- instabiliteit en subluxatie van de heup: de kop ligt gedeeltelijk
uit de kom
- misvorming van de heupkop: in plaats van een ronde kop, is de kop
vlak geworden
- misvorming van de heupkom: de heupkom wordt ondiep
- botwoekeringen rond de kop en kom
door de misvorming kan het heupgewricht niet normaal bewegen en is
de beweging beperkt. Hierdoor kunnen de volgende klachten ontstaan:
moeilijk opstaan, stram lopen, geen lange afstanden meer kunnen
lopen, door de achterpoten zakken, kreupel lopen met één of beide
achterpoten, stijve heupgewrichten: de achterpoten zijn niet ver
naar achter te strekken. Deze klachten kunnen licht of zelfs zeer
ernstig zijn.
Om te zorgen dat uw pup zo min mogelijk last krijgt van HD moet u
tijdens de groei op de volgende punten letten:
- goede voeding geven: niet te energierijk en niet te eiwitrijk
- geen extra voedingsstoffen bijgeven, teveel mineralen is erg
slecht voor de botten
- heupen niet te zwaar belasten
- niet: trap laten lopen, lange afstanden lopen, laten springen,
teveel met de bal spelen
- wel: laten zwemmen, vaak korte afstanden open, aan de lijn
uitlaten
- als de pup thuis is bewegingsvrijheid beperken (kortom teveel van
het goede is nooit goed!)
Patella luxatie
Hierbij light de knieschijf niet midden op het uiteinde van het
scheenbeen. De knieschijf belandt naast het gewricht. Een luxerende
knieschijf kan optreden wanneer de groef niet diep genoeg is. Dit
kan een erfelijke kwestie zijn, maar ook het resultaat van een
trauma (een ongeluk). In dat geval kan de luxatie gepaard gaan met
gescheurde gewrichtsbanden. Vaak ziet u de hond enige huppelpasjes
doen, waarna de knieschijf weer terugschiet. Dit gaat met pijn
gepaard.
Luxatie komt voor in verschillende gradaties. De hoeveelheid
last/pijn verschilt per hond. Luxerende knieschijven zijn operatief
te verhelpen. Indien er sprake is van een milde vorm kan het
voldoende zijn de hechtpunten van de gewrichtsbanden te verplaatsen.
Indien de groef niet diep genoeg is, kan deze dieper gemaakt worden.
Bij de huidige ingrepen wordt ervoor gekozen het kraakbeen te
sparen. Het gewricht kan strakker gemaakt worden om de knieschijf
beter op zijn plaats te houden.
Gladde vloeren en rare bewegingen (achter een stuiterende bal aan,
springen en draaien) zijn slecht voor de gewrichten van kleinere
rassen en pups.
|
|
|
KCS en PK
Keratoconjunctivitis sicca (KCS) en pigmentary keratitis (PK) zijn
oogaandoeningen die in sommige gevallen gelijktijdig voorkomen. Bij
KCS zijn de symptomen rode ogen, vaak met slijmafscheiding. Dit
wordt veroorzaakt door een zeer geringe aanmaak van traanvocht. De
dierenarts kan met de Schirmer traan test bepalen of uw hond
voldoende traanvocht aanmaakt. Zoniet, dan zijn er medicijnen om de
traanklieren te stimuleren.
Bij PK ziet u vooral in de ooghoek bij de neus donkere vlekjes op
het hoornvlies van het oog ontstaan. Bij sommige Mopshonden zijn er
pigmentvlekjes over het gehele oog verspreid en hoe erger de
aandoening is, hoe minder de hond kan zien. In erge mate kan dit tot
blindheid leiden. Het kan veroorzaakt worden door een chronische
oogirritatie.
De verschijnselen zelf zijn strikt genomen niet erfelijk, maar een
slecht functionerende traanklier kan dit wel zijn. Als entropion de
oorzaak van een chronische oogirritatie is, dan is het wel erfelijk.
|
|
KCS |
PK |
 |
 |
|
Entropion en ectropion
Dit zijn erfelijke aandoeningen aan de oogleden. Bij entropion
krullen de oogleden naar binnen, bij ectropion naar buiten. Doordat
de ooghaartjes op de oogbol komen te liggen, ontstaat irritatie die
tot rode, tranende ogen leidt. De ogen gaan ontsteken en etteren.
Dit kan op termijn ernstige schade aan het hoornvlies veroorzaken en
uiteindelijk zelfs tot blindheid leiden.
Entropion en ectropion kunnen operatief gecorrigeerd worden.
|
|
Entropion |
Ectropion |
 |
 |
|
|
|
Complete
narcose
Niet alle Mopshonden reageren goed op een complete narcose. Het
wordt aangeraden om een Mopshond via intubatie onder narcose te
brengen. Bij de klassieke intraveneuze barbituraten narcose ligt het
sterftepercentage erg hoog, namelijk 25%. U kunt op de website van
de rasvereniging COMMEDIA (www.commedia-mopshond.com) zeer
gedetailleerde informatie over de veiligste anesthesie vinden.
Epilepsie
Epilepsie is een probleem wat soms bij honden in het algemeen kan
optreden. dit moet niet verward worden met flauwtes. Een flauwte,
wat veroorzaakt wordt door een tijdelijk zuurstoftekort in de
hersenen, ontstaat na inspanning. De honden zijn tijdens een flauwte
slap en krijgen soms zelfs een wat blauwe tong en zakken door de
poten.
een epilepsieaanval daarentegen ontstaat meestal op het moment dat
het dier rustig is, soms zelfs als het dier slaapt.
Wat is epilepsie?
Epilepsie is een herhaald optreden van toevallen. Een toeval is
een kortdurende storing in het functioneren van de hersenen, die
zich uit in abnormaal gedrag. Bij een toeval is er sprake van een
kortdurend, sterk elektrisch signaal dat in staat is zich over de
hersenen te verspreiden, omdat het onvoldoende wordt afgezwakt.
Bij epilepsie wordt onderscheid gemaakt in oorzaak en vorm.
Zonder
aanwijsbare oorzaak: echte of primaire epilepsie
Met aanwijsbare oorzaak: secundaire epilepsie
Bij secundaire epilepsie is het eerste doel van de behandeling de
oorzaak van de aanvallen weg te nemen. Helaas is de oorzaak vaak
niet duidelijk vast te stellen. Er zijn verschillende vormen van
epilepsie. Bij dieren worden 3 vormen onderscheiden: Ten eerste de
partiele epilepsie een gedeeltelijke epilepsie aanval waarbij
het dier gedragsafwijkingen vertoont zoals vlieghappen en achter de
staart aanrennen. Hierbij treedt geen bewusteloosheid op.
Ten tweede de gegeneraliseerde epilepsie hierbij wordt de
elektrische prikkel over de heel hersenen verspreid. Bij een
dergelijke aanval zal de hond omvallen en zijn er
bewustzijnsstoornissen, gevolgd door krampen. Deze vorm komt het
meeste bij honden voor.
Voorkomen van
epilepsie
Primaire epilepsie komt regelmatig bij honden voor. Bij bepaalde
rassen komt het vaker voor. Het is waarschijnlijk dat primaire
epilepsie een erfelijke basis heeft. Vaak krijgen teefjes tijdens de
loopsheid meer aanvallen. De eerste aanvallen vinden plaats tussen
de _ en 5 jaar. Het kan bij een eenmalige aanval blijven. Vaak
echter wordt de eerste aanval na enige tijd (soms maanden) gevolgd
door een tweede aanval. In de loop van de tijd wordt de periode
tussen de aanvallen korter en vervolgens min of meer constant. Bij
primaire epilepsie is de hond tussen twee aanvallen normaal. Meestal
is er geen aanleiding voor een aanval aan te wijzen. de aanvallen
vinden meestal in huis, in de vertrouwde omgeving plaats.
Secundaire
epilepsie begint meestal op latere leeftijd dan de primaire. Bij
secundaire epilepsie is er soms wel een verband tussen het optreden
van een aanval en voeding, inspanning en/of opwinding. Bovendien zal
het dier in periodes tussen de aanvallen afwijkend gedrag laten
zien.
Hoe ziet een
epilepsie aanval eruit?
Net voor de aanval vertoont het dier vaak afwijkend gedrag. Het
is onrustig, aanhalig, is anders dan normaal. Deze inleidende fase
kan enkele minuten tot enkele dagen duren. De eigenlijke aanval
begint met verlies van bewustzijn en het omvallen van het dier.
Daarna komen krampen van poten en lichaam, gevolgd door ontspanning
met kortdurende krampen en komt het dier weer bij bewustzijn. De
hond kan tijdens de aanval urine en ontlasting verliezen. De totale
duur van de aanval bedraagt meestal maar enkele minuten, hoewel dat
heel lang kan lijken.
Na het bijkomen en overeind krabbelen zijn de honden vaak de "kluts"
kwijt. Dit kan enkele minuten tot soms een paar dagen duren. De hond
moet voorzichtig benaderd worden, want een plotselinge benadering
zou tot een schrikreactie kunnen leiden en mogelijk tot onbedoelde
"agressie".
De
behandeling van epilepsie
Het heeft geen zin om na de eerste aanval direct een behandeling
te stellen. Het kan immers bij een aanval blijven. Een behandeling
zal zelden tot resultaat hebben dat de aanvallen volledig
verdwijnen. De tijd tussen de aanvallen en de ernst van de aanvallen
moeten afnemen met de juiste dosering medicijnen. Een hond met
epilepsie vraagt veel zorg en aandacht. Ook het instellen van de
juiste, individuele dosering vraagt veel geduld en inzet.
De meeste gebruikte medicijnen bij epilepsie bij honden zijn
Phenobarbital en Epitard.
Bron:
Contactblad van COMMEDIA, september 2000
|
Vergiftiging
Inleiding
Er bestaat een ruime variatie aan giftige stoffen die, als ze door
uw huisdier worden opgenomen, tot problemen kunnen leiden. Soms
wordt gezien dat het dier iets giftigs opeet, maar meestal is
daarover niets bekend. Vooral honden hebben de neiging om alles, wat
in hun ogen ook maar enigszins eetbaar is, ook daadwerkelijk op te
eten. Het dier wordt plotseling ziek; meestal zien we braken,
diarree of neurologische (hersens en/of zenuw) afwijkingen. In
onderstaande tekst ga ik in op een aantal van de meest voorkomende
stoffen die tot een vergiftiging bij dieren kunnen leiden.
Paracetamol en aspirine (Acetylsalicylzuur)
Het is zeer onverstandig om met een zieke kat of hond thuis te gaan
dokteren en het dier Aspirine of Paracetamol te geven. Katten of
honden kunnen paracetamol niet en aspirine slechts heel langzaam
afbreken zodat er al snel sprake is van een overdosis en dus een
vergiftiging. De verschijnselen van een aspirine vergiftiging zijn
voornamelijk braken (eventueel met bloed) en algeheel ziek en sloom
zijn. Paracetamol geeft aanleiding tot een verandering in de rode
bloedcellen, waardoor ze te weinig zuurstof kunnen vervoeren. Het
dier krijgt dan een zuurstof tekort met alle gevolgen van dien.
Verder kan uw kat of hond ook gaan speekselen en kan eer zwelling
van de kop en de voeten optreden.
voor een aspirine vergiftiging bestaat er geen specifiek tegengif (=
antidoot). Wel kan er een behandeling worden ingesteld om
beschadiging van het maagslijmvlies te voorkomen. Voor een
vergiftiging met paracetamol bestaat wel een behandeling (antidoot
is Acetylcysteïne, zuurstof toedienen), maar vaak komt een
behandeling te laat.
Ook aan honden kan beter geen aspirine of paracetamol gegeven
worden, omdat ook zij last kunnen krijgen van bovenstaande
vergiftigingsverschijnselen, zij het wat minder snel dan katten.
Het is overigens per definitie fout om medicijnen die u als mens
gebruikt op eigen initiatief aan een hond of kat te geven. De
dosering (mg/kg) is vaak al sterk afwijkend en niet ieder humaan
geneesmiddel is ook geschikt voor honden of katten, zoals u kunt
opmaken uit het paracetamol voorbeeld. Voor mensen op iedere hoek
van de straat te koop, voor katten en honden dodelijk!
Rattengif (Alphanaphthylthioureum)
Als uw dier rattengif, wat bijvoorbeeld in de garage lag of in de
tuin gestrooid is, heeft opgegeten, zien we meestal de volgende
symptomen: braken, speekselen, hoesten en benauwdheid. Er bestaat
geen specifiek tegengif. Er kan geprobeerd worden het dier te
behandelen met een middel dat vochtafdrijvend werkt, waardoor het
uittreden van vocht in de longen, en daardoor de benauwdheid, zoveel
mogelijk wordt verminderd. Helaas is de behandeling slechts zelden
succesvol.
Arsenicum bevattende stoffen
Als uw dier een middel heeft opgenomen dat arsenicum bevat zien we
een ernstige, soms bloederige diarree en een algemeen ziek dier. De
behandeling bestaat, indien acuut, uit het toedienen van eiwit via
de bek. Daarna kan ere via een injectie een tegengif (Dimercaprol =
BAL) tegen zware metalen gegeven worden. Arsenicum wordt overigens
tegenwoordig steeds minder gebruikt waardoor het aantal
vergiftigingen sterk is afgenomen.
Chocolade
In chocolade zit theobromine, een stof waar vooral (jonge) honden
niet tegen kunnen. Als een dier (teveel) chocolade heeft gegeten kan
hij last krijgen van hyperactiviteit, maag-darmklachten, krampen en
toevallen. Een enkele keer kan door hartritmestoornis plotseling de
dood intreden.
De toxische dosis, waarbij het dier in levensgevaar kan komen is
sterk verschillend voor pure chocolade en voor melkchocolade. Zo
moet een hond van bijvoorbeeld 10 kg 670 gram melkchocolade eten om
gevaarlijke vergiftigingsverschijnselen te krijgen, terwijl van pure
chocolade het opeten van 63 gram al gevaar kan opleveren. Er bestaat
geen specifiek tegengif en de behandeling kan alleen ondersteunend
zijn.
Slakkengif
De verschijnselen zijn neurologisch van aard: dronkemansgang,
spiertrillingen, snelle bewegingen van de pupil in het oog, krampen
en toevallen. Er is geen specifiek tegengif en de behandeling kan
alleen maar ondersteunend zijn (anti-epileptici). Meestal is het
nodig het dier op een intensive care op te nemen, maar dan nog is de
kans op genezing niet al te groot.
Onkruidbestrijdingsmiddelen
er is een zeer groot aantal middelen in gebruik, waarvan sommige
uiterst toxisch zijn. Het is altijd belangrijk om de verpakking mee
naar de kliniek te nemen omdat hier vaak behandelingsmogelijkheden
op vermeld staan.
Giftige planten
Er bestaan heel veel giftige planten. We kunnen ze onmogelijk
allemaal noemen. Bij het opeten ervan zullen meestal klachten
ontstaan als speekselen, braken en/of diarree, maar ook
neurologische verschijnselen kunnen worden gezien. De meest
voorkomende (in huis en tuin) en bekende giftige planten zijn:
vingerhoedskruid, monnikskap, klimop, leliesoorten, taxus,
doornappel, lupine, gouden regen, kerstroos en de in de
decembermaand zeer populaire kerstster.
Tot slot
Deze opsommingen van vergiftigingen is verre van volledig, omdat er
onnoemelijk veel giftige stoffen bestaan. Het is daarom zelfs voor
en dierenarts onmogelijk om elke vergiftiging te herkennen en de
passende therapie paraat te hebben. Er bestaat daarom het Nationaal
Vergiftigingen Informatie Centrum te Bilthoven, waar eigenaren en
dierenartsen dag en nacht terecht kunnen voor het opvragen van
informatie (telefoonnummer: 030 – 2748888).
Voor u als eigenaar is het van belang om, als u uw dier van een
vergiftiging verdenkt en u heeft de verpakking van het gif, deze
altijd mee te nemen naar de kliniek, zodat er zo gericht mogelijk
gehandeld kan worden. Verder blijft voorkomen natuurlijk beter dan
genezen. Probeer te voorkomen dat uw dier dingen van straat eet en
pas heel goed op bij het bewaren en strooien van gif; gebruik gif
alléén als het echt noodzakelijk is, en zorg dat uw dier daar nóóit
bij in de buurt kan komen. Geef op eigen houtje geen geneesmiddelen,
die eigenlijk niet voor dieren zijn en wees kritisch bij de keuze
van uw vlooienbestrijdingsmiddelen.
Bron: Commedia clubblad d.d. december 2004
|
|
|