|
 |
| |
|
 |
| |
| |
Rasstandaard
Van alle hondenrassen die door de F.C.I. (Fédération Cynologique
Internationale) zijn erkend, is een standaard opgesteld. De F.C.I.
is een vrijwel wereldwijde overkoepelende organisatie in de
kynologie. De officieel erkende rasverenigingen van de aangesloten
landen zorgen voor een vertaling. Zo´n standaard dient als leidraad
voor fokkers en keurmeesters. Het is als het ware een ideaalbeeld
waar de honden van het betreffende ras aan zouden moeten voldoen.
Bij sommige rassen worden honden gefokt die praktisch aan het ideaal
beantwoorden. Andere rassen hebben nog een lange weg te gaan. Van
elk ras is ook een lijst met rasfouten samengesteld. Dit kunnen
zware uitsluitingfouten zijn waardoor een hond van de fok wordt
uitgesloten. De toegestane fouten zijn niet bijzonder zwaar, maar
kosten wel punten bij de keuring.
Rasstandaard van de Mopshond
F.C.I. standaardnummer: 253
Land van herkomst: China
Patronage: Groot-Brittannië
Datum originele standaard: 24 juni 1987
Gebruik: Gezelschapsdier
F.C.I. classificatie: groep 9, sectie 11
Algemeen voorkomen: een vierkante, gedrongen, krachtige hond. De
Mops moet ´multum in parvo` zijn, dat betekent letterlijk ´veel in
een klein beetje´. Bij de Mopshond komt dat tot uiting in zijn
compacte bouw, sluitende proporties en stevige bespiering.
Gedrag/temperament: grote charme, waardigheid en intelligentie.
Gelijkmatig van temperament, blij en levendig van aard.
Lichaam
Kort en massaal met brede borstkas en goede ronde ribben en een
rechte rug.
|
De ideale Mops is vierkant van
vorm
|
Het ideale type, goede
proporties
|
Te lange nek en gekromde rug
|
Te korte nek en aflopende rug
|
 |
 |
 |
 |
|
| |
Hoofd
Groot, massaal, rond zonder doggengroef. Voorsnuit kort, dik
vierkant, maar niet opgebogen. Grote diepe plooien.
Hals
Krachtig en grof. Het hoofd moet trots gedragen worden.
|
Te laag aangezette oren,
smalle ogen en overhangende bovenlip
|
Hoge plaatsing van de oren
en prominente ogen
|
Asymmetrisch incorrect hoofd,
plaatsing van de oren
|
 |
 |
 |
|
| |
Ogen
Groot, donker, onvervaard en bolvormig, zachte en vragende
uitdrukking met veel glas en bij opwinding vol vuur.
|
Correct hoofd
|
|
 |
|
| |
Oren
Dun, klein, zacht als fluweel. Zowel het rozenoor en het knopoor
zijn toegestaan, maar het knopoor heeft de voorkeur.
|
Rozen oor
|
Knop oor
|
 |
 |
|
| |
Staart
Zo vast mogelijk over de rug gekruld (ter hoogte van de heup). De
dubbele krul heeft de voorkeur.
|
Enkele krul
|
Dubbele krul
|
Losse krul
|
 |
 |
 |
|
| |
Voorbenen
Sterk, recht, matig lang en goed onder het lichaam geplaats.
|
Correcte positie
|
Onvoldoende borstkas
|
Verkeerde stand van de
voorpoten
|
 |
 |
 |
|
| |
Achterbenen
Sterk, recht, matig lang en goed onder het lichaam geplaatst.
|
Goed en recht onder het
lichaam met een juiste hoek op de heupen en de knie
|
Koe postuur
|
O - benen
|
 |
 |
 |
|
| |
Voeten
Geen hazen- of kattenvoeten, doch voeten gesloten met zwarte nagels.
NB. reuen moeten altijd twee normale testikels hebben die zijn
ingedaald in de balzak.
Twee Mopsen met dezelfde expressie bestaat niet.
|
|
|
| |
Vacht
Fijn, glad, kort, zacht, maar niet wollig of hard.
Kleur
Zwart, zilver, abrikoos, beige (fawn). Elke kleur moet zuiver zijn
om de aftekeningen goed tot zijn recht te laten komen. Zoals deze
zijn: het zwarte masker, de duimafdruk op het voorhoofd en het
karakteristieke punt van de Mopshond, namelijk de aalstreep (zwarte
streep van de achterhoofdsknobbel tot aan de staart).
|