|
 |
| |
|
 |
| |
| |
Een goede
(dagelijkse) verzorging is voor uw hond van groot belang. Een goed
verzorgde hond loopt nu eenmaal minder kans om ziek te worden.
Verzorgen is echter niet alleen een noodzakelijke bezigheid, maar
ook een plezierige: baas en hond hebben even alle aandacht voor
elkaar. Bovendien is dit bij uitstek het moment voor een spelletje
en een knuffel.
Vacht
Een goede vachtverzorging bestaat uit regelmatig borstelen of kammen
en een controle op ongedierte (vlooien en teken)Aangezien de beige
Mopshonden een dubbele vacht heeft, zal hij tijdens de ruiperiode
meer haar verliezen dan de zwarte Mopshond. Gebruik voor de
vachtverzorging het juiste materiaal. Kammen mogen niet te scherp
zijn. Kies een borstel van rubber of natuurhaar. Borstel of kam
altijd van kop naar staart, met de richting van de haren mee.
Wanneer u een pup al op jonge leeftijd aan het borstelen went, zal
hij de vachtverzorging vanzelf prettig gaan vinden. Doe een hond pas
in bad als het echt nodig is. Gebruik altijd een speciale
hondenshampoo. Zorg ervoor dat de shampoo niet in de ogen of de oren
komt en spoel het schuim goed uit. Laat de hond pas weer naar buiten
als hij of zij helemaal droog is. Ook honden kunnen kouvatten!
Voor sommige huidaandoeningen kan de dierenarts een medicinale
shampoo voorschrijven. Volg altijd de aanwijzingen op de verpakking!
Een goede vlooienbestrijding is van groot belang om huid- en
vachtproblemen te voorkomen moet de vlooien niet alleen op de hond
zelf bestrijden, maar ook in zijn omgeving. Vachtproblemen kunnen
ook ontstaan door een allergie voor bepaalde voedingsstoffen. In die
gevallen kan de dierenarts een hypoallergeen dieet voorschrijven.
Nagels
Bij een hond die geregeld op een harde ondergrond loopt, slijten de
nagels meestal vanzelf goed af. In dat geval is het niet nodig om de
nagels te knippen. Toch kan het geen kwaad op gezette tijden de
lengte te controleren. Zeker bij honden die weinig op straat komen.
Met behulp van een stukje papier kunt u eenvoudig zien of de nagels
niet te lang zijn. Wanneer u het papiertje tussen de ondergrond en
de nagel van de (staande) hond kunt schuiven, heeft de nagel de
juiste lengte.
Nagels die te lang zijn, kunnen de hond hinderen. Hij kan zich er
tijdens het krabben zelfs mee verwonden. Ze moeten dan worden
geknipt. Dit kunt u doen met een speciale hondennagelschaar. Die
kunt u kopen in de dierenspeciaalzaak. U moet goed opletten dat u de
nagel niet te ver afknipt, want anders raakt u het leven van de
nagel. Dit kan vervelend bloeden. Voelt u zich onzeker, dan kunt u
deze noodzakelijke handeling door dierenarts of trimsalon laten
uitvoeren.
Speciale aandacht is nodig voor de nagel aan de zijkant van de
voorpoten, de zogeheten duim of duimpje. Die raakt de grond niet en
slijt dus nooit af. U moet deze nagel regelmatig knippen, anders kan
uw hond op een nare manier ergens achter blijven haken.
Ogen
De ogen van een hond moeten elke dag worden schoongemaakt. In de
ooghoeken kunnen namelijk ´slaapjes´ en klontjes opgedroogd oogvocht
zitten. U kunt die eenvoudig verwijderen met een neergaande beweging
van uw duim. Als u dat vies vindt, kunt u een stukje wc-papier of
een tissue gebruiken.
De Mopshond is door zijn korte snuit, de grote ogen en zijn
nieuwsgierigheid kwetsbaarder voor zand, grassprietjes, stof en
dergelijke, waardoor de kans op irritatie van de oogslijmvliezen en
het hoornvlies groot is. Extra controle is gewenst wanneer uw hond
met zijn ogen knippert of knijpt.
Het schoonhouden van de ogen kost maar een paar seconden per dag.
Sla het dus niet over!
Wanneer de slaapjes geel en slijmerig zijn, wijst het meestal op
hevige irritatie of een ontsteking. Oogdruppels (verkrijgbaar bij de
dierenarts) lossen dit probleem snel op.
Oren
Bij het verzorgen van de hond worden zijn oren vaak vergeten. Toch
moeten ze minstens een keer per week worden nagekeken. De Mopshond
heeft door de anders ontwikkelde kaakspieren soms problemen met de
afvoer van het oorsmeer. Zijn de oren erg vies of bevatten ze veel
oorsmeer, dan moet u ze schoonmaken. Doe dit bij voorkeur met een
schoon, katoenen doekje, natgemaakt met lauw water of babyolie.
Gebruik vanwege het pluizen lierver geen watten. Ga nooit met een
voorwerp in de gehoorgang!
Wanneer u het schoonhouden van de oren achterwege laat, bestaat de
kans op oorontsteking. Een hond die vaak aan zijn oren krabt of met
de kop schudt, kan last hebben van vieze oren, oorontsteking of
oormijt. Een bezoek aan de dierenarts is dan noodzakelijk.
Neusrimpel
De neusrimpel wordt gevormd door een huidplooi. Deze valt over de
neus heen. Een huidplooi geeft huid op huid contact. Hierdoor is de
neusrimpel een verzamelplaats van huidsmeer en vuiligheid en dient
zodoende regelmatig gecontroleerd te worden. Het beste kunt u de
neusrimpel optillen en met een babylotion doekje (of zonnebloemolie)
de ruimte tussen de neus en de rimpel schoonmaken. Maak daarna de
neusrimpel droog, dit is heel belangrijk, want wanneer er vocht
tussen de rimpel blijft zitten kunnen er irritaties ontstaan.
|
Gebit
Een hond moet goed kunnen eten om in goede conditie te blijven. Daar
heeft hij of zij een gezond gebit voor nodig. Tandsteen en tandplak
kunnen behalve mondproblemen ook gezondheidsproblemen veroorzaken.
Vooral honden van kleine rassen en honden met een afwijkende
gebitsstand (zoals overbeet, onderbeet) krijgen snel last van
tandplak. Controleer dus geregeld de tanden en kiezen. Wanneer u het
idee heeft dat er iets aan de hand is, neem dat contact op met uw
dierenarts. Het regelmatige eten van speciale gebitsverzorgende
brokjes draagt bij aan schone, gezonde tanden. Er zijn speciale
kauwkluiven te koop die tandsteen helpen voorkomen en zorgen voor
een frisse adem.
Wat nog het allerbeste helpt, is dagelijks tandenpoetsen. Hiervoor
kunt u een speciale hondentandenborstel gebruiken, maar in de
trainingsfase kan het ook met uw vinger gewikkeld in een gaasje. Wen
een hond al op jonge leeftijd aan het poetsen, dan gaat het zeker
goed. Ook een oudere hond kunt u het tandenpoetsen nog wel aanleren.
Met een kauwkluif als beloning zal hij of zij zeker tevreden zijn.
Een jonge hond wisselt van melkgebit op een leeftijd van zes tot
acht maanden. In sommige gevallen blijven de melkhoektanden zitten.
Het is dan aan te bevelen deze door de dierenarts te laten
verwijderen. De kiezen en tanden in de onderkaak van de Mopshond
zitten ietwat ondiep. Laat de hond bij touwtrek spelletjes zelf
trekken en trek niet zelf aan het touwtje. Als u zelf trekt, voelt u
niet goed in hoeverre u het gebit van uw hond belast. Ga pas
trekspelletjes spelen als de jonge hond helemaal uitgewisseld is. De
Mops heeft van nature een wat onregelmatig gebit, laat de dierenarts
regelmatig het gebit op tandplak en tandsteen controleren.
Hoe onderhoud ik het gebit van mijn hond?
Misschien staan we er niet vaak bij stil, maar de kans dat ons
huisdier, in dit geval de hond, problemen met het gebit krijgen is
niet denkbeeldig. En hoewel er wel enkele hondentandartsen zijn,
worden deze meestal pas bezocht als de problemen er al zijn.
Gelukkig is het helemaal niet zo moeilijk om het gebit van de hond
te onderhouden als je eenmaal weet waar je op letten moet. Het
belangrijkste is verstandig kauwmateriaal, in combinatie met
eventueel voor de hond ontwikkelt tandenpoetsmateriaal.
Het puppygebit
Een pup wordt zonder tanden en kiezen geboren, maar in de tweede
week verschijnen de melktandjes. Deze worden tussen de drie en acht
maanden geleidelijk vervangen door een volwassen gebit. In de
periode dat uw pup wisselt, kun je bloed aantreffen op harde botjes
en kluifjes waar de pup op kauwt. De melktanden worden merendeels
tijden het eten doorgeslikt, maar je kunt ook wel een enkel
melktandje in uw huis aantreffen.
In de meeste gevallen zal het wisselen vanzelf gaan en is ingrijpen
niet nodig, maar het kan geen kwaad het gebit tijdens het wisselen
regelmatig te laten controleren. Het kan namelijk voor komen dat een
melktandje niet vanzelf uitvalt en verdrongen wordt door de
volwassen tanden. Sommige rassen zijn gevoelig voor vastzittende
melktandjes: zo heeft de Maltezer (hoek)tanden met zeer lange
wortels, die vaak door de dierenarts moeten worden verwijderd.
U kunt een vastzittend melktandje af en toe heen en weer bewegen,
zodat het steeds losser gaat zitten en ten slotte uitvalt. Ook
trekspelletjes met een flostouw kunnen helpen het vastzittende
melktandje er uit te laten vallen. Doe dit uiteraard wel
voorzichtig: zorg ervoor dat het touw zoveel mogelijk op de juiste
plaats komt en beweeg hem zachtjes heen en weer. Mocht het hiermee
niet lukken, neem dan contact op met uw dierenarts.
Zijn alle honden even bevattelijk voor gebitsproblemen?
Hoewel oudere honden meer kans op gebitsproblemen hebben dan
jongere, zijn in principe alle honden vanaf ongeveer een jaar er
vatbaar voor. Verder zijn gebitsproblemen het gevolg van een
combinatie van factoren, waarvan het voedsel een belangrijke is.
Maar ook zaken als ras, aanleg en weerstand spelen een belangrijke
rol. Waar bij gelijke voeding de ene hond jaren een gaaf gebit
houdt, heeft de andere voortdurend last van tandaanslag. Ook zijn
kleine rassen gevoeliger (waaronder de Mops) voor gebitsproblemen
dan grotere honden, wat te wijten kan zijn aan het feit dat tanden
en kiezen dikwijls schots en scheef of te dicht opeen in de kleine
mondholte staan.
Welke gebitsproblemen komen het meest voor?
Hoewel er de laatste tijd een lichte stijging wordt waargenomen van
honden die gaatjes hebben – wellicht dat het te wijten valt aan meer
suiker in het voedsel – komt cariës nauwelijks voor in heen
hondengebit. Tandplak is veel vaker het probleem, dat zich op het
tandoppervlak vastzet. Tandplak wordt gevormd door voedselrestjes en
bacteriën. Eenmaal vastgezet op de tanden en kiezen wordt plak hard
en uiteindelijk bruin. Er is dan sprake van tandsteen, dat in
tegenstelling tot tandplak slechts door de dierenarts kan worden
verwijderd. Als u zelf aan de slag gaat met krabbertjes, of het
tandsteen door de trimster laat verwijderen, bestaat er kans op
beschadiging van het glazuur – met het gevolg nog meer tandplak
(tandplak hecht zich makkelijker aan een ruw dan aan een glad
oppervlak).
Tandplak en tandsteen gaan vaak samen met tandvleesontsteking: de
randen van het tandvlees zijn ontstoken en hebben een rode kleur. In
een later stadium kan tandvleesontsteking overgaan in een ontsteking
van de weefsels rond de tanden. In het ergste geval vallen niet
alleen de tanden en kiezen uit, maar kunnen bacteriën vanuit de mond
ook het lichaam van uw hond of kat binnendringen, met schade aan
organen (vooral aan het hart, lever en nieren) tot het gevolg.
Gebitsproblemen bij de hond zijn vaak te herkennen aan een slechte
adem.
Bij welke klachten kan het gebit wel eens de oorzaak zij?
- stinken uit de mond
- tandsteen
- veranderd eetgedrag: niet of moeilijk eten
- krabben aan de snuit of met de snuit ergens langs schuren
- pijn bij aanraken van de kop
|
|
Tandplak |
Tandsteen |
Tandvleesontsteking |
 |
 |
 |
|
| |
Hoe voorkomt
u gebitsproblemen bij uw huisdier?
Gebitsproblemen – vooral tandplak en het daaruit resulterende
tandsteen – zijn goed te voorkomen. Er zijn verschillende manieren
ter preventie; deze wordt straks nader behandeld. Het is zeker aan
te raden het gebit van uw hond geregeld te laten controleren,
tijdens de jaarlijkse inenting af als je op een ander moment bij de
dierenarts bent. Dit geldt vooral voor de wat oudere hond. Wordt er
bij deze controle tandplak of tandsteen vastgesteld, dan weet je dat
je meer moet doen aan preventie.
WAT DOEN DE VERSCHILLENDE SOORTEN VOEDSEL VOOR HET GEBIT?
Sommige soorten voer werken tandplak meer in de hand. Zo hebben
blikvoer en in iets mindere mate diner de neiging aan de tanden de
plakken, waardoor de bacteriën de kans krijgen aan te klampen en te
veranderen in tandplak. Het zal u dan ook niet verbazen dat honden
die blikvoer en/of diner krijgen meet gebitsverzorging nodig hebben.
Dat kan gebeuren in de vorm van kauwmateriaal, het poetsen van
kiezen en tanden of een combinatie van beiden.
Ter verkleining van de kans op tandplak wordt vaak aangeraden de
hond brokken te geven, omdat hij hierop moet kauwen. Dit gaat
misschien gedeeltelijk, maar zeker niet helemaal op. In de eerste
plaats zijn er veel honden die hun brokken doorslikken zonder daarop
te kauwen. Ten tweede kauwt een hond niet zoals wij mensen dat doen,
maar maakt hij slechte op-en-neergaande bewegingen met zijn kaken.
Hierdoor worden de tandoppervlakken niet voldoende geschuurd. Ten
slotte blijven er ook resten van brokken (vooral van geperste) aan
het gebit plakken. Een hond die brokken eet, moet – vooral als hij
bevattelijk is voor tandplak – regelmatig op botten en dergelijke
kunnen kluiven om het gebit te reinigen.
Honden die uitsluitend rauw voeding eten, bijvoorbeeld zoals de BARF
- methode (staat voor Biologically Appropriate Raw Food ofwel Bones
And Raw Food. Het Barf - principe is een manier van voeden die
geïntroduceerd is door een Australische dierenarts welke er
verschillende boeken aan gewijd heeft. Wereldwijd voeren mensen hun
honden via deze methode en de resultaten zijn goed.
De B.A.R.F.-methode is de meest natuurgetrouwe manier van voeren.
Het komt neer op het geven van rauwe botten, rauwe groenten, rauw
vlees en andere rauwe ingrediënten zoals eieren, zuivel en gemalen
noten). Tel daarbij op dat ze ook op lappen rauw vlees kauwen en
deze verscheuren – waarbij het gebit wordt gereinigd en het
tandvlees wordt gemasseerd – en het hoeft geen verwondering te
wekken dat honden die op zo´n manier gevoerd worden zelden
gebitsproblemen hebben. Vergelijkbaar met het voornoemde is de
kant-en-klare vers vleesvoeding, bestaande uit rauw vlees en bemalen
botten. Naar deze voermethode is met betrekking tot het gebit
nauwelijks nog onderzoek gedaan, maar volgens veel hondeneigenaren
die op deze manier worden gevoerd hebben hun dieren een gezond en
schoon gebit. Toch is het ook bij vers vleesvoer aan te raden
kauwmateriaal te gebruiken mom het gebit in optimale conditie te
houden en de tanden en kiezen geregeld te controleren op tandplak.
Kluiven, botten en overige gebitsreinigers
De makkelijkste manier om het gebit van de hond te reinigen, is het
geven van botten en kluiven. Vorming van tandsteen en andere
gebitsproblemen komen minder voor bij honden die geregeld flink
knagen en kauwen. Let hierbij goed op wat je geeft, want sommige
producten brengen eerder schade toe aan het gebit en/of de
gezondheid van de hond dan dat ze goed doen. Hieronder worden de
belangrijkste kauwproducten met hun voor en nadelen beschreven.
BOTTEN
Het natuurlijkst zijn de botten van de slager. In tegenstelling tot
botten uit de dierenwinkel, zijn deze niet bewerkt en weet je
precies wat je koopt. Toch dienen hier enkele kanttekeningen bij te
worden geplaatst. Harde botten, zoals mergpijp of schenkel, zorgen
door het schurende effect algauw voor slijtage aan de kiezen, vooral
bij honden die er erg fanatiek op knagen. Deze dienen dus niet te
vaak te worden gegeven. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat de
hond hele stukken van het bot afbijt en dan doorslikt, met de kans
op een ernstige verstopping. Geef de botten het liefst rauw, want
eenmaal gekookt kunnen ze gaan splinteren. Dit gevaar is overigens
het meest reëel bij eetbare botten, zoals kippenbotten; deze – en
andere zachte botten – kun je pas geven nadat je je hebt verdiept in
een rauw voermethode, omdat de hond moet leren ze te eten en te
verteren.
BUFFELHUID
Buffelhuid levert een goede bijdrage aan een schoon gebit, omdat
honden flink op een taaie substantie kunnen kluiven. Daarbij worden
tanden en kiezen gereinigd en wordt het tandvlees gemasseerd.
Buffelhuid is er in vele soorten: van harde, geperste kluiven tot
balletjes en bijtringen en zelfs minischoentjes. Helaas worden deze
buffelhuiden veelal onder onhygiënische omstandigheden in het
buitenland geproduceerd. Ook worden ze met chemicaliën behandeld en
bevatten ze bestanddelen als lijm en vulstoffen. Er is een
natuurlijker alternatief, in de vorm van de handgeknoopte kluiven
van Biofood. Deze zijn te herkennen aan het merklabel dat aan het
product is bevestigd. De Biofood - kluiven is onder schonere
omstandigheden en zonder chemische bewerkingen vervaardigd. Een
soortgelijk kauwproduct is e witte Rawhide - kluif, die in
verschillende vormen te krijgen is, zoals een ring- of een
knoopkluif. Ook Rawhide - kluiven worden op een natuurlijke wijze
gemaakt en bevatten geen chemische toevoegingen.
Een ander pluspunt van de Biofood- en Rawhide - kluiven is dat ze
minder gevaar opleveren voor uw hond. Dit komt doordat ze tijdens
het kauwen zacht worden, maar de hond kan er meestal wel stukjes
afbijten. Dit in tegenstelling tot de ´gewone´, veel taaiere
buffelhuiden kluiven, die veel honden na zacht te hebben gekauwd in
hun geheel proberen door te slikken. En dit kan gevaarlijk zijn:
niet zelden blijft een te groot stuk buffelhuid in slokdarm of keel
steken, waardoor de hond zou kunnen stikken. Ook zijn er gevallen
bekend waarin buffelhuid operatief moest worden verwijderen, omdat
het aan de maagwand was blijven kleven. Heb je een hond die zijn
kluif in zijn geheel probeert op te eten, gooi dan altijd het
laatste stuk buffelhuid weg.
In de praktijk is het een kwestie van uitproberen: sommige honden
hebben een duidelijke voorkeur voor een bepaalde soort buffelhuid of
willen er juist in het geheel niets van weten.
OVERIGE KAUWPRODUCTEN
Er zijn nog heel veel meer kauwproducten te koop, zoals bewerkt en
gedroogd slachtafval als hoefjes, neuzen, oren en bullenpezen. Vaak
worden deze erg door de hond gewaardeerd en is hij er vele uurtjes
mee zoet. Let er ook bij deze producten op dat de hond geen te grote
stukken ineens probeert op te eten, waardoor hij kan stikken. Om ze
houdbaar te maken en de aantrekkelijkheid te verhogen, zijn ook deze
kluiven bijna altijd met chemicaliën bewerkt. Er zijn ook onbewerkte
en natuurlijke kauwproducten te krijgen, zoals die van Bandit. Deze
bevatten geen geur-,kleur- en smaakstoffen en geen chemische
antioxidanten.
SPECIALE GEBITSREINIGINGSSNACKS
Er zijn diverse eetbare kauwsnacks die speciaal zijn ontwikkeld om
het gebit van de hond te reinigen. Omdat de meeste honden zo´n snack
erg snel hebben weggewerkt, kan aan het praktische nut ervan worden
getwijfeld. Ook kunnen er restjes aan tanden en kiezen blijven
plakken. Behalve de merken die nadrukkelijk aangeven dat hun
producten op geheel natuurlijke basis zijn gemaakt of bewerkt,
bevatten speciale gebitsreinigingssnacks chemische toevoegingen.
Nylabones zijn niet-eetbare, synthetische kauwproducten die kunnen
bijdragen aan een schoon gebit. De werking van Nylabones is als
volgt: door het kauwen ontstaan opstaande vezeltjes op de botten,
die een schurende en reinigende werking op het tandoppervlak hebben.
Hoewel Nylabones prijzig zijn, gaan ze heel wat maanden mee. Er zijn
Nylabones in diverse soorten: zachte botten voor puppy´s die nog
niet gewisseld hebben, harde botten voor volwassen honden die zacht
tot normaal kauwen en extra harde botten voor de stevige knager.
Kies een formaat Nylabone dat is afgestemd op de gewichtsklasse van
uw hond. Behalve rechte botten zijn de Nylabones in diverse vormen,
waarvan sommige met uitstulpingen voor extra gebitsmassage. De
zogenaamde ´wishbones´ zijn ontworpen speciaal voor honden met en
platte snuit, zoals de Mops; wishbones hebben een ronde vorm en
kunnen aan één zijde gemakkelijk tussen de poten worden geklemd.
Het is niet de bedoeling dat de hond grote stukken ervan afbijt; ga
in dat geval over op een extra - stevige Nylabone, die is geschikt
voor flinke bijters. Stem de Nylabone af op het formaat als je meer
honden van verschillende grootten hebt en de kaakkracht van de
sterkste en grootste hond. Het kan nodig zijn scherpe stukjes die
door het kauwen ontstaan met een grove vijl te verwijderen of met
een tangetje eraf te knijpen, zodat de uw hond zich er niet aan kan
verwonden. Nylabones waarvan de uiteinden geheel afgekloven zijn,
zijn aan vervanging toe. Na enige tijd gebruikt te zijn geweest
kunnen Nylabones om hun aantrekkelijkheid voor de hond te verhogen
in bouillon o water worden gekookt.
Niet alle honen zijn van Nylabones gecharmeerd. Sommige doen er
niets mee of hebben een sterke voorkeur voor één bepaalde vorm. U
kunt proberen uw hond aan een Nylabone te laten wennen door er een
spelletje van te maken: bied hem het bot aan en houd het andere
einde vast, zodat de hond zijn tanden erin kan zetten, of gooi het
weg en laat het door de hond ophalen. Op alle Nylabone producten
wordt een tevredenheidgarantie gegeven; leest u daarom de
aanwijzingen op de verpakking.
|
|
|
FLOSTOUW
Vaak wordt aangeraden de hond ter reiniging van het gebit met een
flostouw te laten spelen. Een flosbouw bestaat uit afzonderlijke
draden die tot een dikke kabel zijn gevlochten en heeft een knoop
aan beide uiteinden. Doordat flostouw bij het kauwen de ruimte
tussen kiezen en tanden bereikt, zou het een reinigende werking
hebben. Houdt u er rekening meet dat een flostouw gevaarlijk kan
zijn: er zijn namelijk honden die de geknoopte draden uit elkaar
halen en doorslikken, wat tot ernstige verstopping kan leiden. Geef
daarom flostouw nooit zonder toezicht. Koop daarom liever de witte
versie, zodat de hond geen giftige verfstoffen binnenkrijgt.
Tandenpoetsen
Wat enkele jaren geleden nog tot grote hilariteit geleid zou hebben
in een gesprek over ´de vermenselijking van de hond´, is het
tegenwoordig de realiteit. Hoewel een minderheid van de
hondenbezitters daadwerkelijk wekelijks of vaker de tanden van zijn
of haar huisdier poetst, kan dit aan te bevelen zijn voor honden die
om wat voor een reden dan ook niet kluiven en dus niet zelf hun
gebit reinigen.
Veel dierenwinkels hebben tegenwoordig een setje bestaande uit een
hondentandpasta en een hondentandenborstel in het assortiment. Niet
alleen bevat deze speciale hondentandpasta een smaakje dat de honden
kunnen waarderen, ook is de samenstelling – in tegenstelling tot de
tandpasta van de mens – onschadelijk voor de hond (tandpasta voor
mensen bevat schuimmiddelen die voor maag- en darmstoornissen kunnen
zorgen).
Het best kan uw pup o jonge leeftijd aan het poetsen van zijn tanden
worden gewend, maar ook aan een oudere hond valt te leren dat
tandenpoetsen deel uitmaakt van de verzorging. Poets aan de buiten-
en binnenkant en op het kauwvlak van kiezen en tanden.
In plaats van met een hondentandenborstel kan het gebit bovendien
gereinigd worden met een om de vinger gewikkeld (verband)gaasje, dat
ook speciaal voor de honden verkrijgbaar is. Dit kan een oplossing
zijn zolang de hond nog niet gewend is aan een tandenborstel. Doe,
nadat de hond gewend geraakt is aan het optillen van de lippen en
het voorzichtig openen van de bek, wat hondentandpasta op het gaasje
en reinig daarmee enkele kiezen en tanden. Laat de hond ook wennen
aan de smaak van de tandpasta. Breid de borstelbeurt vervolgens
geleidelijk uit tot het hele gebit.
|
|
|
Het onderstaande
verhaal dat ik zelf heb meegemaakt en heb ingestuurd naar het blad
van COMMEDIA:
EVEN
VOORSTELLEN: JOEY VOM ULMER HAUS
Hallo, mijn naam is Joey en woon al 6 jaar bij mijn vrouwtje Yvonne.
Graag wil ik jullie iets vertellen over de ervaring die ik heb gehad
met het verzorgen van mijn gebit.
Het is allemaal begonnen op 29 januari 2007. Op deze dag moest ik
weer twee spuiten halen bij de dierenarts. Aangezien ik een nieuwe
dierenarts heb, heeft deze (n.a.v. mijn vragenlijst) mij van top tot
teen onderzocht. Alles was goed, behalve mijn gebit. Deze heeft de
vorige dierenarts nooit onderzocht, tot mijn spijt. Het bellek dat
mijn tanden en kiezen onder de tandplak zaten. Ik moest hier iets
aan laten doen. Dit heb ik eerst met mijn vrouwtje overlegd en die
heeft uiteindelijk besloten om mijn gebit helemaal op te laten
knappen.
De afspraak was gepland op 6 februari 2007 om 10.30 uur. Vanaf 20.00
uur de vorige dag niet meer gegeten, alleen gedronken. Best
vervelend.
De volgende ochtend, 6 februari dus, ben ik door het vrouwtje naar
de dierenarts gebracht, deze heeft nog eens gekeken en het zag er
inderdaad niet uit. Toen heeft ze mijn pootje een beetje geschoren
om daar het infuus in te brengen en daarna werd ik in slaap
gebracht.
Deze ingreep duurde ongeveer 1 ½ uur. Toen ik bijgekomen was heeft
de dierenarts het vrouwtje gebeld om te vertellen hoe het verlopen
was. Dit bleek niet zo goed te zijn geweest. Ze hebben bijna mijn
hele gebit moeten verwijderen, op 1 kies en 2 voortanden na. Ook
mijn tandvlees was helemaal ontstoken. Uiteindelijk ben ik dezelfde
dag om 16.00 uur opgehaald door het vrouwtje. Nog versuft en
wankelend lopend. Eenmaal thuis gekomen ben ik toch wel enigszins
vermoeid op de stoel gelegd om bij te komen. Na enige tijd wat rond
te hebben gewankeld, was het tijd om te gaan eten. Dit wilde ik wel
maar wist niet hoe, dit te doen zonder gebit, uiteindelijk is het
toch gelukt om mijn bordje leeg te eten (likken).
Het is toch goed gekomen en is het toch wel meegevallen, na alles
wat ze met me hebben gedaan.
Bij deze wil ik iedereen erop wijzen hoe belangrijk het is om
regelmatig je gebit te laten controleren en te poetsen. Helaas was
het voor mij te laat. Hopelijk niet voor jullie, want mij is nooit
iets gezegd (of heb ik ergens iets gelezen) hoe ik mijn gebit moest
onderhouden, zelfs de vorige dierenarts heeft er nooit naar gekeken.
Dus poets elke dat je tanden!!!!!!!!!
Joey vom Ulmer Haus
|
VOEDING
Een hond is
eigenlijk meer een alleseter dan een vleeseter. In het wild eet hij
zijn prooi namelijk met huid en haar op, dus ook de botten, de maag
en de ingewanden met daarin half verteert plantaardig materiaal.
Op die manier vult het dier zijn vleesmenu aan met de nodige
vitaminen en mineralen. Dit is ook de basis voor de voeding die uw
hond nodig heeft.
Kant-en-klare voeding
Het is niet eenvoudig zelf een complete voeding voor de hond samen
te stellen die alle benodigde eiwitten, vetten, vitaminen en
mineralen in de juiste hoeveelheden en verhoudingen bevat. Vlees
alleen is beslist geen complete maaltijd voor een hond. Het bevat te
weinig calcium. Calciumgebrek leidt op den duur tot botontkalking.
Vooral bij snelgroeiende pups kan dit ernstige misvormingen van het
skelet tot gevolg hebben. Wanneer u zelf de voeding samenstelt,
geeft u al gauw te veel vitaminen en mineralen. Ook dit kan
schadelijk zijn voor de gezondheid van uw hond.
U voorkomt dit soort problemen door hem of haar kant-en-klare
voeding van een goed merk te geven. Deze producten zijn
uitgebalanceerd en bevatten alles wat een hond nodig heeft.
Toevoegingen (bijvoorbeeld vitaminepreparaten) zijn overbodig. De
hoeveelheid voeding die uw hond nodig heeft, hangt af van zijn of
haar gewicht en zijn of haar activiteit. Richtlijnen vindt u op de
verpakking. Geef de voeding bij voorkeur verdeeld over twee
maaltijden er dag. Zorg altijd voor een bakje vers drinkwater bij
het eten.
Geef de hond voldoende gelegenheid zijn voedsel rustig te verteren.
Laat hem dus niet direct na het eten uit. Een hond mag ook nooit
spelen als hij of zij een volle maag heeft. Dat kan namelijk een
maagtorsie (kanteling van de maag) veroorzaken, die de hond fataal
kan worden.
Omdat de
voedingsbehoefte van een hond afhankelijk is van onder andere zijn
of haar leeftijd en leefwijze, zijn verschillende soorten
hondenvoedsel verkrijgbaar. Zo is er light voeding voor minder
actieve honden, energierijke voeding voor werk- of jachthonden en
senior voeding voor de oudere hond. Er is ook speciaal voer voor
kleineren honden zoals de Mops.
Blikvoeding, diner of
brokken Kant-en-klare voeding die te koop is bij de
dierenspeciaalzaak of in de supermarkt, is ruwweg te verdelen in
blikvoeding, diner en brokken. Welke vorm u ook kiest, let er wel op
dat het een complete voeding is waar alle benodigde voedingsstoffen
inzitten. Dit staat op de verpakking.
De meeste honden zijn
dol op blikvoeding. Hoewel op de samenstelling van de betere merken
niets is aan te merken, heeft het toch een nadeel: het is zacht. Een
hond die alleen maar blikvoer eet, kan vroeg of laat problemen
krijgen met zijn gebit (tandplak, wijkend tandvlees). Geef uw hond
naast voeding uit blik dus op gezette tijden harde brokken of een
kauwkluif! Diner is een voeding die bestaat uit brokken, gedroogde
groente en granen. Hier is vrijwel alle vocht aan onttrokken. Diner
heeft als voordeel dat het licht van gewicht en lang houdbaar is. U
voegt er een bepaalde hoeveelheid heet water aan toe en de maaltijd
is klaar. Een nadeel van deze voeding is echter dat het beslist niet
zonder water gegeten mag worden. Zonder extra vloeistof onttrekt
diner namelijk het aanwezige vocht aan de maag, met alle ernstige
gevolgen van dien. Slaagt uw hond erin de zak stiekem te bemachtigen
en zich tegoed te doen aan de inhoud, dan moet u hem of haar zo snel
mogelijk veel laten drinken!
Aan droge brokken is ook water
onttrokken, maar niet zoveel als aan het diner. Brokken hebben als
voordeel dat ze hard zijn waardoor de hond zijn gebit flink moet
gebruiken. Tijdens het kauwen wordt het tandsteen verwijderd en het
tandvlees gemasseerd.
Kauwproducten Het komt
natuurlijk geregeld voor dat u uw Mops wilt verwennen met een
extraatje. Geef dan geen blokjes kaas of stukjes wordt; die zijn te
vet en te zout. Er zijn diverse producten in de handel die een hond
lekker vindt en die bovendien gezond zijn, ook voor zijn of haar
gebit. In de dierenspeciaalzaak vindt u een uitgebreid
assortiment van diverse kwaliteiten.
Slachtafval
Botten van geslachte dieren zijn van oudsher bestemd voor de hond.
Honden zijn er gek op, maar er kleven wel gevaren aan. Botten van
varkens en pluimvee zijn te zwak. Ze kunnen versplinteren en
ernstige verwondingen aan het spijsverteringskanaal veroorzaken.
Runderbotten zijn daarin tegen geschikter, maar die moeten wel
vooraf gekookt worden om schadelijke bacteriën te doden. Stevige
Runderbotten kunnen tandbeschadigingen veroorzaken.
Dierenspeciaalzaken hebben een uitgebreid aanbod aan gerookt,
gekookt en gedroogd slachtafval zoals varkensoren, bullenpezen,
pensstaafjes, runderstaarten, slokdarmen, gedroogd spiervlees,
bokkenpoten en kauwhoeven.
Vers vlees Mocht u uw
hond toch af en toe vers vlees willen geven, geef het dan nooit
rauw, maar altijd gekookt of gebraden. Vooral rauw (of niet gaar)
kippen- of varkensvlees kan levensgevaarlijk zijn. Kip kan besmet
zijn met de beruchte salmonellabacterie. Varkensvlees kan het virus
van de ziekte Aujesky doorgeven. Deze ziekte is niet te behandelen
en leidt binnen korte tijd tot de dood van uw huisdier!
Koeien- en buffelhuid
Kauwkluiven worden voor het grootste deel gefabriceerd uit buffel-
of koeienhuid. Van deze huid worden de kluiven geknoopt of geperst.
Behalve aan kluiven kan de hond zich tegoed doen aan schoentjes,
gedraaide staafjes, lolly´s, balletjes en diverse andere vormen.
Leuk voor het oog en de afwisseling.
|
| Buffelhuid |
 |
|
Munchistaafjes
Munchistaafjes zijn groen-, geel-, rood- of bruingekleurde staafjes
in verschillende diktes. Ze bestaan uit gemalen buffelhuid met een
aantal onduidelijke toevoegingen. Honden vinden ze meestal erg
lekker, omdat de staafjes gedoopt zijn in het bloed van geslachte
dieren. Samenstelling en kwaliteit van deze tussendoortjes zijn
echter niet altijd duidelijk. Sommige zijn prima, maar er zijn ook
staafjes aangetroffen met een hoog gehalte aan karton en zelfs
verfresten. Kies dus bij voorkeur een product waarvan de
samenstelling bekend is.
|
|
Munchistaafjes |
 |
|
|
|
De hond en de pot
Welk voer kiest u voor
uw hond?
Voor hondenbaasjes is er veel veranderd. Vijftien jaar geleden
waren er nog maar twee soorten hondenvoer te koop: brokken en
dinervoer dat met water aangelengd moest worden. Maar het verschil
zat hem vooral in het uiterlijk en niet in de samenstelling of
voedingswaarde. Wie vandaag de dag in de dierenspeciaalzaak komt,
vindt daar niet alleen diner en brokken, maar per voedermerk ook
vele variëteiten. Is dat niet een beetje overdreven?
Nee, zeker niet. Uit wetenschappelijk onderzoek en
praktijkervaringen is overduidelijk gebleken dat een pup ander voer
nodig heeft dan een zogende teef of een oudere hond. Eigenlijk is
dat ook wel logisch. Wat dat betreft is er niet zoveel verschil
tussen mens en hond. Een baby eet ook anders dan een tiener of een
60-plusser.
Jarenlang redeneerde men: geef een dartele jonge hond en een actieve
werkhond gewoon meer voer, een doorsnee huishond en senior wat
minder. Maar vele beter is het om elk dier, afhankelijk van
leeftijd, leefomstandigheden en ras een hierop afgestemd,
uitgebalanceerd menu voor te zetten. In de afgelopen tien jaar
hebben fabrikanten van hondenvoeders de samenstelling van hun
producten steeds nauwkeuriger toegespitst op de diverse specifieke
behoeften.
Alle honden
De hond heeft een veel korter spijsverteringskanaal dan de mens.
Belangrijk is daarom de eerste plaats dat de voeding licht
verteerbaar is. En verder dat deze alle grondstoffen bevat voor een
gezonde groei, sterke botten, spieren en weefsels en een glanzende
vacht. Hondenvoeding moet vooral voldoende lecithine bevatten. Dat
is voor een mooie vacht onontbeerlijk. Lecithine is een natuurlijk
product dat onder meer in eidooier en sojabonen voorkomt. In
principe kan een hond het zelf uit fabrieksvoerders aanmaken maar de
ervaring leert dat extra toevoeging hiervan aan het voer zeer
gunstig werkt op de vachtkwaliteit.
Vandaar dat aan goede balansvoeding, samengesteld uit meer dat 40
natuurlijke grondstoffen, extra lecithine is toegevoegd.
Pup en jonge hond
Een pup en jonge hond hebben vooral de juiste hoeveelheid vetten
en eiwitten nodig. Vetten leveren energie die onder meer belangrijk
is voor de werking van spieren en organen. En om de
lichaamstemperatuur op peil te houden. Eiwitten zorgen voor groei en
onderhoud van het lichaam, aanmaak van diverse bouwstoffen. Totdat
de hond half zo zwaar is als zijn uiteindelijke gewicht, heeft hij
tweemaal zoveel energie nodig als een volwassen hond. Toen er nog
maar één type brokken en diner voer bestond, moest men een pup
tweemaal zoveel te eten geven als een volwassen hond. Maar daardoor
maakt men er al gauw “vreters” van. Beter is het de pup voer voor te
schotelen met een dubbele hoeveelheid van die ingrediënten, zoals
vet, die voor een gezonde groei nodig zijn.
Volwassen honden
De doorsnee huishond, die een paar keer per dag wordt uitgelaten
heeft over het algemeen geen extra’s aan vetten en eiwitten nodig.
Maar omdat hij een vrij rustig bestaan leidt is lichtverteerbaarheid
wel een belangrijk punt. Voor dit gezelschapsdier zijn dan ook de
luchtige brokken ontwikkeld met de aanduiding “Low Protien” wat wil
zeggen dat ze minder en zeer lichtverteerbare en uitstekend
benutbare eiwitten bevatten. Dit is beter voor de hond en het
milieu.
Actieve honden
Volwassen honden die worden ingezet voor bewaking, africhting of het
drijven van schapen hebben meer energie nodig dan hun rustig levende
leeftijdgenoten. Meer voer geven kan ook bij dit type honden op
problemen stuiten. Het zit bij hun werk vaak in de weg en kan bij
grote rassen leiden tot kantelen van de maag. Werkhonden kan men
daarom het beste meer geconcentreerd voer met een hogere dosis vet
(energie) geven. Waarin bovendien een relatief laag gehalte aan
(extra hoogwaardige) eiwitten met een hoge biologische waarde is
opgenomen. Zo wordt het spijsverteringsstelsel niet te zwaar belast
en krijgt de hond toch alles wat hij nodig heeft.
Drachtige en zogende
honden
Een heel ander voer is weer gewenst voor drachtige en zogende
teven. De dracht duurt ongeveer negen weken. In de laatste vijf
weken is de energie- en eiwitbehoefte van de aanstaande moeder hoger
dan normaal. Zij moet reserves kweken voor de zoogperiode. Het is
afhankelijk van het aantal zogende pups hoeveel extra energie en
eiwit nodig is. De energiebehoefte kan oplopen tot wel drie keer de
normale behoefte. Een drachtige hond kan dat niet uit standaardvoer
halen. Want dan zou men het dier ongeveer drie keer zoveel te eten
moeten geven. De maag kan dat niet aan ook al omdat tegen het eind
van de dracht de pups in de weg zitten. Met speciaal voer dat een
veel hoger percentage vetten en eiwitten bevat – krijgt de drachtige
en zogende hond precies wat nodig is.
Oudere honden
Een hond op leeftijd is meestal minder actief. Bij het ouder
worden loopt de capaciteit van de nieren langzaam terug. Om die
organen zo min mogelijk te belasten mag het voer alleen maar uiterst
lichtverteerbare eiwitten van topkwaliteit bevatten. Ook zit er van
bepaalde mineralen vaak minder in. Bij de samenstelling van speciaal
“Senior Diner”en van de luchtige brokken “Senior Croc” is hiermee
nauwkeurig rekening gehouden.
Poepkwaliteit beste
bewijs
Hoe weet u nu of het voer dat u uw hond voorschotelt ook het
beste is. Naast de kwaliteit van de vacht is ook de poepkwaliteit
een belangrijke graadmeter. Goed verteerbaar hondenvoer geeft weinig
ontlasting van een goede structuur en stevigheid. Het is gemakkelijk
op te ruimen, wat een pluspunt is voor het milieu. Een tweede
milieuvoordeel is dat het dier minder vaak een “grote boodschap”
hoeft te doen. Aangezien we in Nederland 1,2 miljoen honden hebben,
kan dat een hele hoop schelen. Bovendien heeft een hond van beter
verteerbaar voedsel minder nodig. Zijn spijsverteringsorgaan wordt
daardoor niet onnodig belast. En uw portemonnee evenmin.
|